NIUtec
werking turboprop met straalbuis
Creative Commons-Licentie

de turboprop

Een turboprop bestaat uit een gasturbine die een propeller aandrijft.

Om de gasturbine klein van afmetingen te houden is hij ontworpen voor een hoog toerental. Een propeller draait echter efficiƫnt bij een relatief laag toerental. Daarom is er een vertragende tandwielkast tussen de uitgaande as van de turbine en de propeller geplaatst. Propellers worden niet gebruikt bij snelle vliegtuigen omdat bij hogere toerentallen de luchtstroom bij de tippen van de rotorbladen een supersonische snelheid krijgt, waardoor de luchtweerstand sterk toeneemt en de effectiviteit afneemt.

Turboprops worden daarom vooral gebruikt in kleine passagiersvliegtuigen zoals de Fokker 50 en vrachtvliegtuigen.

In de uitlaat van de turboprop kan een straalbuis worden aangebracht, waardoor de uitlaatgassen van de motor verder uitzetten in de straalbuis. Er wordt dan een straal met hoge snelheid gevormd. Daardoor ontstaat een combinatie van twee voorstuwingsprincipes: de koude straal van de propeller, goed voor 90% van de stuwkracht, en de hete straal uit de uitlaat, goed voor 10% van de stuwkracht.

De straal kan naar achteren gericht zijn voor voorwaartse stuwkracht, maar ook omlaag gericht zijn om meer liftkracht voor het vliegtuig te krijgen, bijvoorbeeld bij een helikopter.

Kijk voor meer informatie op Wikipedia